03 december 2009
Ieder mens ontwikkelt zich tijdens het leven. Soms ontwikkelt iemand zich uitzonderlijk goed en wordt daarmee een topper op een bepaald terrein. Voorbeelden van toppers zijn Barack Obama (leider), Johan Cruyff (sporter), Candy Dulfer (artiest), Isaac Newton (wetenschapper), J.R.R. Tolkien (schepper) en Derek Ogilvie (medium).
Of je een topper kunt worden hangt af van aangeboren talent (eigenschap) en aangeleerde competenties (vaardigheden). Een aangeboren talent is bijvoorbeeld een uitstekend gehoor. Hiermee is een basis gelegd voor bijvoorbeeld een goede musicus. Door oefening worden competenties (bijvoorbeeld luistervaardigheden) ontwikkeld die aansluiten op het talent (gehoorfunctie) waardoor de musicus een topper kan worden.
Met talent wordt hier uitdrukkelijk een eigenschap bedoeld en niet een persoon. Een persoon kan zich op een bepaalde manier gedragen, maar is niet dat gedrag. Iemand kan zich bijvoorbeeld vervelend gedragen, maar is niet vervelend. Dat menen, zou suggereren dat die persoon altijd zo is. Iemand heeft een talent, maar is meer dan een talent.
Iedereen heeft in principe een gehoor, dus iedereen kan musicus worden. Ook kan iedereen oefenen, dus iedereen kan competenties ontwikkelen om een betere musicus te worden. Echter degene die vanaf de geboorte al beschikt over een iets beter gehoor dan anderen, heeft een belangrijke voorsprong.
Onderstaand plaatje brengt in beeld hoe talenten, competenties en rollen gekoppeld kunnen worden. Het is een ‘praat-plaatje’, want mensen en hun mogelijkheden laten zich natuurlijk niet echt in een model vangen.
Het model gaat uit van de drie lichamen die een mens heeft, namelijk het fysieke, mentale en spirituele lichaam. Deze drie lichamen kennen eigen talenten (eigenschappen) en daar waar de lichamen elkaar ontmoeten ontstaan ook talenten. De rode ovalen zijn aangeboren talenten, welke in beperkte mate kunnen worden versterkt door oefening.
Op basis van hun talenten kunnen mensen competenties (vaardigheden) ontwikkelen om een brug te slaan naar een rol die ze kunnen vervullen. De blauwe ovalen zijn aan te leren competenties, welke door oefening goed kunnen worden ontwikkeld.
Met talent en competenties kunnen mensen zich ontwikkelen in een rol. Wanneer het talent sterk aanwezig is en er veel oefening plaats vindt, is de kans om topper te worden groot. De zwarte ovalen zijn de rollen die vervult kunnen worden in verlengde van talent en competentie.
Voorbeelden:
- Iemand met veel gevoel, empathie en charisma (talenten) leert mensen kennen en beïnvloeden (competenties) en kan daarmee een leider (rol) worden.
- Iemand die open staat voor ‘anders’, buiten kaders kan denken en verbeeldingskracht heeft (talenten) ontwikkelt zijn nieuwsgierigheid (competentie) om te ontdekken en kan daardoor schepper (rol) worden.
- Iemand die intelligent is en een sterk geheugen heeft (talenten) leert complexe problemen oplossen (competentie) en kan daarmee een wetenschapper (rol) worden.
Mensen kunnen natuurlijk meer dan één ding, beschikken over vele talenten en competenties, en vervullen meerdere rollen. Het is niet de bedoeling mensen in één van de ‘hokjes’ te stoppen. Ik wil met dit model met name inzicht geven in hoe talent, competentie en rol op elkaar aansluiten.




