14 oktober 2009
Dat de leeftijd voor de AOW eens omhoog moet gaan als gevolg van de steeds ouder wordende mens en de veranderde verhouding tussen werknemers die AOW premie betalen en ouderen die AOW krijgen, is logisch en werd al voorzien bij de invoering van de AOW ruim vijftig jaar geleden.
De huidige (2009) kredietcrisis wordt aangegrepen om nu snel orde op zaken te stellen. De politiek doet dit nu om zo min mogelijk schade op te lopen wat betreft populariteit, stemmen en dus macht. Omdat het toch moet gebeuren, lijkt het wenselijk de aandacht te richten op hoe de leeftijd voor de AOW het beste omhoog kan gaan.
Echter is ook dat niet zo interessant. De leeftijd gaat omhoog van 65 naar 67 jaar en over een tijdje weer hoger naar 70 jaar en verder. Dat is ook gewoon nodig, dus kun je je beter richten op de consequenties. Flexibiliteit is leuk en zal er wel eens van komen, maar het is echt niet zo’n pijnpunt vergeleken bij hieronder staande zaken.
Punt 1: Mensen hebben geen zin meer om langer door te werken.
Genoeg onderzoeken hebben uitgewezen dat werknemers het niet naar hun zin hebben op het werk. Werknemers staan als kostenpost op de balans, terwijl machines als investering erop staan. Velen voelen zich gevangen in het systeem en zijn reeds vanaf 45 jarige leeftijd bang voor de consequenties van verandering. Steevast klinkt het: “Hoe lang MOET jij nog?”
Als je het naar je zin hebt, is iets langer doorwerken geen probleem. Dit is denk ik het belangrijkste punt voor de weerstand tegen de verhoging. Dat heeft dan niets te maken met of we moeten verhogen en hoe we moeten verhogen. We zouden werken gewoon leuk moeten vinden en juist balen als we moeten stoppen.
Punt 2: Mensen kunnen later niet zomaar een stapje terugzetten of opzij.
Er wordt gesproken over ‘zware’ beroepen, maar dit is een zeer subjectief begrip en ook erg afhankelijk van het individu. Waar de ene straatmaker ‘versleten’ is op zijn 50ste, kan een ander gewoon doorgaan tot zijn 70ste. Ook een algemeen directeur kan op zijn 55ste erachter komen dat dit werk te zwaar wordt voor zijn gestel en welbevinden.
Een stapje terug doen of ander werk pakken leidt in de meeste gevallen tot een te grote achteruitgang van het netto inkomen. Dát is het grote probleem waar mensen na hun 40ste mee kampen. Een discussie over ‘zware’ beroepen is een theoretische en zinloze. We zouden baat hebben aan een systeem waar een stapje terugzetten of opzij niet leidt tot te grote inkomensproblemen.
Punt 3: Mensen boven de 45 jaar worden gezien als last op de arbeidsmarkt.
Richting de 60 jaar worden werknemers gestimuleerd om het arbeidsproces te verlaten middels vut-regelingen, pre-vut, afvloeiingsregelingen bij reorganisaties enzovoort. Intern maken 50-plussers reeds veel minder kans op doorstroming. Op de arbeidsmarkt worden mensen ouder dan 45 jaar nauwelijks meer uitgenodigd na een sollicitatie.
Oudere werknemers zijn duur en worden te weinig flexibel geacht. Hun kennis is groot, maar kan ook worden geleerd door jongeren die harder lijken te werken. Bedrijven reorganiseren steeds sneller om steeds meer winst te kunnen maken voor aandeelhouders, oudere werknemers passen daar niet in. Er zijn onvoldoende incentives voor bedrijven om 45-plussers aan boord te hebben.
Conclusie: De politiek en de overheid hebben belangrijke dieper liggende zaken te behandelen en op te lossen.
Als ik nu vraag wat jij zelf kan doen hieraan, denk je dan in termen van op wie je gaat stemmen bij de volgende verkiezingen? Of denk je dan aan wat jij zelf kan doen aan deze punten?




